Eco

Wat betekent goed hanenbeheer bij vleeskuikenouderdieren?

2 min lezen Gepubliceerd op 16 september 2022
"Ongeveer 10 jaar geleden bezocht ik een boerderij in het buitenland om een probleem op te lossen. Er was een koppel hennen van 34 weken oud, maar de klant had er een heleboel hanen bijgezet: 20% in plaats van de gebruikelijke 10%. Er zaten zoveel hanen achter de hennen aan, dat ze geen veren meer op hun rug hadden. Een hen zonder veren betekent vaak dat een haan minder succesvol is bij het paren. Een zware haan op je blote rug krijgen is helemaal niet prettig. "
Wim Peters is een pluimveespecialist met meer dan 30 jaar ervaring bij Vencomatic Group. Hij helpt regelmatig vleeskuikenhouders. Bijvoorbeeld met hoe zij hun hanen en hennen moeten beheren om optimale prestaties van de dieren (pluimvee) te waarborgen.

Welke uitdagingen kom je tegen bij het definiëren van wat goed hanenbeheer is?
"De grootste uitdaging bij het groeibeheer van vleeskuikenouderdieren is ervoor zorgen dat er voldoende kuikens uit de eieren komen, d.w.z. dat er bevruchting nodig is. Een onbevrucht ei is immers waardeloos. Om zoveel mogelijk vruchtbare eieren te krijgen, is goed hanenbeheer van essentieel belang. Daarvoor moet de juiste verhouding tussen hennen en hanen worden gevonden en moet er specifiek voerbeheer voor hennen en hanen komen. Dat wordt hieronder beschreven:

- Slechte versus goede hanen:
Je moet 'slechte' hanen zo snel mogelijk verwijderen. Bijvoorbeeld wanneer ze niet meer vruchtbaar zijn of niet meer kunnen concurreren met andere hanen. Ze zijn vaak te herkennen aan hun bleke kam en lellen, hangende vleugels, of aan een verveelde uitstraling. Een haan moet dominant gedrag vertonen, hij moet zijn hennen beschermen. Een goede haan laat zich zien: als hij zich in het nest verstopt, is dat meestal een slecht teken. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat de hennen in zijn harem door andere hanen worden gedekt, kan dit toch per ongeluk gebeuren....

- Verhouding hanen/hennen:
De gebruikelijke verhouding is 1 haan op 10 hennen, maar een goede haan kan 20 hennen aan. De stelregel is bij 25 weken beginnen met 8,5%, of 1 op 12. De uitdaging is altijd om voldoende goede hanen te hebben. Het is beter om een kleiner aantal goede hanen te hebben dan een groot aantal slechte. Bij 42 weken komt er vaak een moment dat "spiking" wordt genoemd, waarbij maximaal 2% nieuwe, jonge hanen van 26 weken oud aan het koppel worden toegevoegd. Hierdoor kunnen de reproductieaantallen op het juiste niveau blijven. Aan het eind van de ronde kan 6% goede hanen voldoende zijn.

- Voerbeheer:

Je moet niet alleen een afzonderlijk voersysteem hebben voor hanen en hennen, maar je moet de hennen en hanen ook verschillend voederen. Het voer van de hennen bevat 3,5% calcium, dat nodig is voor de aanmaak van de eierschaal. Voor hanen is 1% al voldoende. Een hen heeft tussen 16 en 18% proteïne nodig, een haan slechts 12%. Een goede haan is niet vet, dus een dieet met minder proteïne zal helpen om dit onder controle te houden. Het is belangrijk dat de haan niet te zwaar wordt, want dan kan hij niet meer zo efficiënt paren met de hennen.

- Balts:

In de dierenwereld moet het vrouwtje het hof worden gemaakt, dit is ook belangrijk voor de hennen op een vleeskuikenhouderij. De paringsdans is weliswaar weggefokt bij de ouderdieren van de vleeskuikens, maar de balts is nog steeds aanwezig bij legkippen. Vleeskuikens worden niet gefokt op gedrag, maar vooral op productiekenmerken: vlees van hoge kwaliteit bij een zo laag mogelijke voederconversie. Hanen op een vleeskuikenhouderij vertonen misschien minder baltsgedrag naar hun hennen toe, maar ze moeten nog steeds hun werk doen.
Dus hoe beter de dynamiek tussen de hanen en de hennen in een stal, hoe beter de algehele bedrijfsprestaties.

Als u wilt weten hoe Vencomatic Group u kan helpen met de groei van uw vleeskuikenouderdieren, klik dan hier om contact met ons op te nemen.

Gepubliceerd door

Astrid Jacobs

If you want to know how Vencomatic Group can help you with the growth of your broiler breeders.